Steeds meer gevestigde namen openen e-shop. Belgische e-commerce heeft geen last van crisis
De onlineverkoop in ons land is dit jaar met zo’n 20 procent gegroeid. Niet alleen het grote publiek raakt steeds meer vertrouwd met e-commerce, ook steeds meer gevestigde winkelstraatnamen ontdekken het net. ICI Paris XL, Selexion en Eldi openden onlangs een e-shop.
De verkoop via het internet beleeft hoogdagen, ondanks de crisis. In de Verenigde Staten werd online zowat 4 procent meer verkocht dan vorig jaar, zegt de marktonderzoeker Forrester. Op 15 december werd in Amerikaanse webwinkels voor 913 miljoen dollar (633,8 miljoen euro) verkocht, de hoogste omzet in één dag.
Ook in België groeit de internethandel. ‘De omzet uit e-commerce stijgt dit jaar met ongeveer 20 procent. Het aantal aankopen zal zelfs nog meer groeien’, zegt Pierre Willaert van Ogone, dat zich specialiseert in internetbetalingen. De toename in de voorbije maanden doet bovendien een goed eindejaar vermoeden voor e-commerce. En dat ondanks het feit dat het gemiddeld bedrag per internettransactie daalt: van 108 euro in 2007 over 98 euro in 2008 naar 88 euro dit jaar. Dat heeft te maken met het feit dat ook goedkopere producten, zoals trein-of filmtickets, steeds meer via internet worden verkocht.
Het aanbod volgt de vraag. Per maand komen er in ons land zo’n tachtig e-shops bij. Dat zijn er vier per werkdag, een tempo dat al twee jaar wordt aangehouden. ‘De bedrijfswereld volgt gewoon de weg van de Belg, die er geen probleem mee heeft online te kopen’, zegt Marc Périn van de vakvereniging BeCommerce.
E-commerce is ingeburgerd. Dat illustreren de cijfers van de Belgische e-shop van het postorderbedrijf Neckermann. Voor de kledingaankopen op de site is meer dan 80 procent van de klanten vrouwelijk. Het aantal onlinekopers ouder dan vijftig is bij Neckermann al goed voor meer dan een kwart van de klanten.
besparen
Sommige bedrijven kiezen voor de onlineverkoop om te besparen of efficiënter te werken. De Belgisch-Nederlandse verdeler van tennisartikelen Tennisplanet sloot al zijn winkels, maar slaagde er toch in zijn omzet op peil te houden. ‘Tot voor een jaar verkochten wij op het internet, via ons callcenter én in onze vier winkels in Europa. Maar omdat je niet alles even goed kan doen, hebben we onze winkels gesloten en ons call center uitbesteed’, zegt commercieel directeur James Groenemans. Tennisplanet mikt nu voluit op e-commerce, al blijft het callcenter belangrijk, zeker in België. ‘De Belg is meer geneigd de telefoon te nemen, omdat hij liever niet online betaalt. Maar we zijn aan een inhaalbeweging bezig. Nu de winkel er niet meer is, gebeurt 80 procent van de bestellingen online en nog 20 procent telefonisch. Tot voor kort was de telefoon nog goed voor de helft van de verkoop.
Een andere reden voor de groei in e-commerce is de achterstand die veel bedrijven in ons land nog moeten goedmaken. Als laatste van de drie grote supermarktketens heeft Carrefour sinds enkele weken ook een supermarkt op het internet. Op de Carrefour-website kunnen de klanten een keuze maken uit een assortiment van 8.000 producten en de boodschappen afhalen in een winkelpunt. Het gaat vooral om voedingsproducten, maar er is ook een basisassortiment niet-voeding. Voorlopig bieden drie Carrefour-vestigingen de dienst aan, maar in de loop van 2010 wordt de service met zo’n vijftig afhaalpunten uitgebreid.
Net als Carrefour heeft nog een rist andere namen uit het straatbeeld onlangs de stap naar het internet gezet, waaronder Selexion, Eldi, A.S. Adventure, Ici Paris XL, United Brands, Molecule en Delvaux. ‘Dat is een goede evolutie. Want na de introductie van partijen als Fnac en Free Record Shop was de overstap naar het internet wat gestopt’, zegt Pierre Willaert. Al zijn er volgens hem nog heel wat andere die voorlopig nog geen onlineaankopen of -transacties toelaten, zoals JBC, Torfs of Mediamarkt.
Heel vaak, zoals bij de elektroketen Eldi, is de e-shop een onderdeel van een groter project. ‘Toen ons shopconcept werd opgewaardeerd, moest onze website daarbij aansluiten. Omdat de onlinebestedingen van de Belgische consument positief evolueerden, koppelden we er een e-commercetoepassing aan’, zegt Kurt Steelandt, de marketingdirecteur van Eldi.
Naar verluidt begon de keten pas afgelopen zomer met e-commerce omdat een oplossing moest worden gevonden voor de zelfstandige Eldi-uitbaters. Zij staan in voor de klantendienst en de plaatsing van de goederen die online worden verkocht. Er moest eerst een systeem komen waarbij die uitbaters ook voor de internetverkoop een commissie ontvangen.
Echt concurrentie voor de fysieke filialen is het internet overigens niet. ‘Er is een wezenlijk verschil tussen de internet- en de winkelklant. De eerste is vooral op zoek naar tijdwinst en promoties, voor de andere blijft persoonlijk contact belangrijk’, zegt Steelandt.
De intrede van de gevestigde winkelstraatnamen is een internationale trend. H&M, Esprit, Mexx en Zara zetten (een deel van) hun collectie online in een webshop, terwijl de boekenclub ECI een e-winkel voor niet-leden opende. In Nederland trokken onlangs zelfs ketens als Blokker en Leenbakker naar het internet.
NEDERLAND
In vergelijking met Nederland is overigens nog een lange weg af te leggen. Ons land telt zo’n 5.000 e-shops, terwijl Nederland, waar de markt toch niet zoveel groter is, er liefst 20.000 telt. ‘In België kijken handelszaken toch wat meer de kat uit de boom. Want helemaal de kaart van het internet trekken, ligt soms nog moeilijk’, zegt Marc Périn van Becommerce. ‘Als een bekende Belgische doe-het-zelfzaak slechts een derde van zijn assortiment online te koop aanbiedt, dan kan ik alleen maar vaststellen dat ze nog te weinig in e-commerce geloven.’
06:00 - 31/12/2009 Copyright © De Tijd